Korte geschiedenis van de 78-toerenplaat. |
[ Home ] |
Thomas Alva Edison werd op 11 februari 1847 te Milan in Ohio geboren en stierf op 18 oktober 1931. Van de 84 jaren van zijn leven heeft hij er 74 gewerkt. In dat leven deed hij honderden uitvindingen die de wereld drastisch hebben veranderd. Zijn voorouders waren Nederlanders!! Het waren molenaars aan de Zuiderzee. Rond 1730 zijn zij naar Amerika gegaan om daar hun geluk te beproeven. Dat is goed gelukt, want de overgrootvader van Edison was een groot bankier.
In 1876 vestigde Thomas Alva Edison zich in Menlo Park in New Jersey alwaar hij een fabriek bouwde met een laboratorium. In hetzelfde jaar vond Alexander Graham Bell de telefoon uit.
Toen hij jonger was had hij met de telegraaf te maken en die combineerde hij met de telefoon van Bell. Hij kreeg een inval en soldeerde een metalen stift aan een membraan van de telefoon. Toen riep hij "hallo" in de telefoon en trok gelijktijdig een stuk met paraffine bestreken papier onder de metalen stift door. De stift tekende de trillingen van het membraan op het papier. Daarna trok hij voor de tweede maal het papier onder de stift door en luisterde ingespannen. Van heel, heel ver hoorde hij fluisterend "hallo" zeggen door het membraan !! Het was hem als eerste mens gelukt de menselijke stem vast te leggen.Hij was nog niet tevreden en liet zijn werkmeester een apparaat bouwen met een koperen rol erin, die met zacht staniol bekleed moest zijn. Met een hendel kon die rol draaien en er zat een membraan op die was voorzien van een scherpe stift. De werkmeester vroeg wat het voorstelde waarop Edison antwoordde "Laten we het een spreekmachine noemen". Nadat het apparaat klaar was zei Edison: "Zo, nu zullen we het apparaat eens laten praten!" Edison draaide aan het hendeltje en zei wat het eerst in hem opkwam tegen het membraan "Mary had a little lamb", naar een kinderliedje uit zijn jeugd.
De werknemers die hierbij aanwezig waren keken elkaar aan en dachten dat hij kinds was geworden. Vervolgens pakte Edison de stift en zette die weer aan het begin van de rol in de groef, draaide weer aan het hendeltje en van heel ver kwam met een krakende stem: "Mary had a little lamb" !! Dit was het begin van één der grootste industrieën ter wereld, december 1877 werd de phonograph geboren, en zo zag hij eruit. Het was een sensatie van de bovenste plank, maar de meeste mensen, zelfs wetenschappers, wilden het niet geloven. Men dacht aan talentvolle buiksprekers. Zelfs bisschop Vincent van New York geloofde het niet en tijdens een demonstratie aan de bisschop vroeg deze of hij zelf wat mocht zeggen. Een nieuwe rol werd geplaatst en Edison zei "spreek maar". De bisschop sprak met een enorme snelheid de namen van de oudtestamentische profeten in het membraan. Nadat het werd afgedraaid was de bisschop overtuigd, in het hele land was niet één buikspreker was die zó snel al die namen kon opzeggen. Het gewone volk begon er ook over te praten, maar zij vonden het apparaat "duivelstuig" en de geestelijkheid verbood zelfs om er naar te luisteren, pogingen om de menselijke stem na te bootsen werd door hen zondig bevonden. Aanvankelijk werd de spreekmachine een curiositeit gevonden van de uitvinder, hoewel hij er zelf wel brood in zag. Hij richtte in 1878 de Edison Speaking Phonograph Company op. Hij dacht hierbij aan de zakenwereld voor b.v. het opnemen van brieven, maar ook de mogelijkheid om muziek op te nemen. Als eerste stap in die richting gold de ontdekking dat men beter wasrollen kon gebruiken i.p.v. staniol. De kwaliteit ging daardoor stukken omhoog.
Het verbeteren van de techniek werd niet door Edison gedaan, maar door anderen, o.a. de Duitse Emil Berliner, een Amerikaan van Duitse afkomst. Het idee van hem was de rollen te vervangen door platte schijven en bovendien van een opname talloze afdrukken te maken. Hij bouwde een draaitafel die hij met de hand liet draaien. Hierop legde hij een zinken plaat, die werd bedekt met een soort was. Deze waslaag vormde een uitstekend middel voor het snijden van de plaat. Hierna bracht Berliner een trechtervormige hoorn aan, die werd voorzien van een membraan met een stift erop van iridium. Deze stift rustte op de waslaag en terwijl de plaat draaide werd de opnamehoorn langzaam verplaatst. De stift schreef keurig de opgevangen trillingen in de waslaag. Terzijde is het aardig te vermelden dat de stift in een zigzaglijn door de waslaag ging, dit in tegenstelling tot de fonograaf van Edison die op en neer ging, het zogenaamde "heuvels en dalen" systeem. Nadat de opnames klaar waren, werd de plaat chemisch behandeld, waardoor na verwijdering van de waslaag de lijn in de plaat kwam te zitten. Nu was de plaat gereed voor vermenigvuldiging. Dit deed hij langs galvanoplastische weg, aanvankelijk met eboniet, maar later met schellak dat ook werd gebruikt om telefoontoestellen te maken.
De wasrollenfabrikant vond het maar niks en er ontstond een strijd tussen de twee technieken, die niet altijd even eerlijk werd gevoerd, de schijven werden echter de overwinnaars!
Ondertussen werd de phonograph ook verbeterd, maar omdat de schijven aanmerkelijk goedkoper waren en beter op te bergen, werd dit systeem uiteindelijk toch de winnaar en kon de grammofoonplatenindustrie pas echt van start gaan.De overwinning was totaal toen Eldridge Johnson een motor voor de grammofoons ontwierp en daarbij een verbeterd opnamesysteem bedacht. Samen met Berliner begonnen zij de Victor Talking Company, die binnen een paar jaar al een winst van over de miljoen dollar had gemaakt. TERUG |